Vorige Persberichten Volgende
Protestantse kerk

Persbericht van de protestantse classis Dordrecht

De classis in het nieuws

De betekenis van de kerk anno nu
We leven in een tijdperk waarin we zelf ons leven moeten organiseren. Weg is de verzorgingsstaat.
Dat beïnvloedt ons denken over de (toekomst van de) kerk. Als we maar ons stinkende best doen dan komt het wel goed. Als we maar een goed project kiezen. Als we het zout der aarde maar zijn, dan heeft de kerk toekomst.
“Mis”, zegt Prof. Dr. E.P.N.M. Borgman, hoogleraar theologie aan de universiteit van Tilburg, “dat gaat je niet lukken.”
Hij sprak met ons op de classisvergadering van donderdag 28 september en vervolgt:
“We zullen als kerk eerst moeten toegeven dat we niet weten waar het naartoe gaat. Het is de Geest die telkens opnieuw de kerk aanblaast. Daarvan zijn we afhankelijk. Het is God die eraan is begonnen en wij voegen ons daarin. Wij kunnen het niet overnemen. Het gaat in het geloof meer om ontvangen dan om doen. We hoeven niet zo snel mogelijk terug naar een situatie van zekerheid. Misschien is het God wel die ons door middel van deze onzekerheid openbreekt. Misschien moeten wij als kerk wel van onze normen af. Als kerk weten we vaak precies wat bij ons past en wat niet. Hoe het hoort en hoe niet. Maar door die normen zien we misschien wel niet waar de genade vandaan komt. We moeten het geloof vasthouden en weten dat God bestaat voor iedereen en niet alleen voor christenen. Wij geloven omdat we iets ontdekt hebben. Maar wat we ontdekt hebben was er dus al, het is er niet vanwege ons.
Wij moeten ophouden met denken dat wij de kerk kunnen maken en dat naar buiten toe laten zien. Maar geloven dat de kerk blijft bestaan, en ons realiseren dat dat niet van ons afhangt.

Wij moeten naar de wereld kijken alsof die met God verbonden is, ook al gelooft de wereld dat zelf niet. Daarbij kan God nieuwe dingen van ons vragen.
De vraag is: waar vraagt God ons nú om op in te gaan. De kerk moet een antenne zijn in plaats van een luidspreker, moet opvangen in plaats van uitzenden.

Het hangt er niet vanaf of wij de kerk nu anders organiseren. Diep in zichzelf weet de kerk niet hoe ze verder moet. De volle kerken uit ons verleden waren, gezien tegen de totale loop van de geschiedenis, een uitzondering. Dus dat de kerk niet de pilaar is waar de samenleving op steunt is misschien juist wel normaal. Maar natuurlijk doet het gevoel van ‘thuisloos raken” ons pijn. Maar wij kunnen het niet oplossen, het is geen kwestie van ‘handiger organiseren’. Daarom moeten we eerst weg van de lapmiddelen en weg van het idee dat wij het moeten doen/oplossen. Om vervolgens te zien waar het dan wèl is. De kerk is teken en instrument. Is er niet voor zichzelf maar voor de vereniging met God en de eenheid van de mensen. De kerk is dus verbinding met God en met elkaar. Dat leren we in de kerk, maar we leren dat ten behoeve van de wereld en niet alleen ten behoeve van onszelf. Maar let op: de kerk is éérst teken (God is ons vóór!) en dàn pas instrument.

We weten dat we leven van de genade. Zoals God ons onvoorwaardelijk krediet geeft, zo moeten wij ook de ander dat onvoorwaardelijke krediet geven. Want als wij God waren, hadden wij dan voor onszelf gekozen? Maar God laat de zon opgaan over goede en slechte mensen.
Denk niet terug aan het verleden, maar richt je op de toekomst. Hoe de kerk er over tien jaar uit zal zien, weten wij niet.
Ga daar ontspannen mee om, laat het gebeuren, stel je open voor wat je ontvangt als een beginnend teken van een toekomst waarin God ‘alle dingen nieuw maakt’.”

Naar aanleiding van vragen zegt prof. Borgman:
“We moeten onze antenne zowel richten op God als op de samenleving. Deze twee horen bij elkaar. Het geloof en de naastenliefde zijn één gebod. De vraag is niet zozeer wat we als kerk precies doen, maar we moeten de relatie tussen wat we doen en waar we als kerk voor staan wel uit kunnen leggen.
Wat onze talenten betreft: God laat niet alleen mensen toe die perfect zijn. Dus we moeten als kerk niet denken dat het alleen maar goed genoeg is als het perfect is. Als het voor God goed genoeg is moeten wij niet zeuren. Buiten de kerk gaat er ook van alles mis, bijvoorbeeld bij politieke partijen en binnen de kerk kan het net zo min perfect zijn. Maak jezelf dus als kerk niet groter dan je bent, maar ook niet kleiner.
In het evangelie volgens Johannes staat dat het Licht er vanaf het begin was. Maar ook al heeft de wereld het niet aangenomen, moeten we toch volhouden. Heel veel in de wereld is niet goed en zelfs gevaarlijk, maar de opdracht is om schaap te zijn tussen de wolven. Zonder zelf wolf te worden. Sta dus als kerk niet buiten de wereld alsof de kerk weet hoe het zit en de rest van de wereld niet. Dat is namelijk gevaarlijk: wat voor ons als kerk van belang is komt van buitenaf op ons toe. Het komt tot ons op een manier die we niet verwachten en uit een hoek waarvan wij niet verwachten dat daar iets goeds vandaan kan komen. Maar ook door onze gesloten deuren komt Hij binnen.”

De classis was de gast van de hervormde wijkgemeente Goede Herder Kerk. De start van deze wijkgemeente ligt in de jaren vijftig. Door de komst van nieuwkomers, vooral uit Drenthe, kwam de roep om meer ruimte voor de confessionele richting te midden van de ‘Bonders’. Op 1 mei 1955 kon in de huishoudschool een eerste dienst worden gehouden. En op 26 mei 1967 werd het kerkgebouw waarin wij vergaderden in gebruik genomen. De leden van deze wijkgemeente komen uit heel Ridderkerk en zelfs uit Barendrecht. De gemeente is momenteel vacant. De vorige dominee, ds. Van Beek, vond de verbondenheid met kinderen heel belangrijk. De jeugd was zijn lust en leven. Hij organiseerde van alles met ze. De uitdagingen voor deze gemeente zijn: een nieuwe predikant, onderzoeken hoe de gemeente missionair is, hoe ze actief kan zijn, hoe de oudere jeugd vastgehouden kan worden en Gods woord zo uit te leggen dat blijkt dat de oude woorden nog steeds actueel zijn.

Onze afgevaardigde naar de synode, de heer M.C. van der Klooster, vertelt over de synodevergadering van 22 september. Daar ging het over de nieuwe classis. Onze classis gaat vanaf 1 mei 2018 deel uitmaken van de classis Zuid-Holland-Zuid. Daarin komen ook de classes Delft, Schiedam, Rotterdam, Alblasserdam, Gorinchem en een aantal gemeenten uit de classis Barendrecht. De nieuwe classispredikant wordt vrijgesteld voor zijn/haar werk en wordt benoemd voor vijf jaar met de mogelijkheid tot verlenging van nog eens vijf jaar. Er komt ook weer een breed moderamen. De leden daarvan zijn vrijwilligers en worden benoemd voor tenminste twee jaar en ten hoogste vijf jaar. De besluiten die een classispredikant neemt, moeten worden voorgelegd aan het breed moderamen, dat binnen twee maanden dat besluit moet bekrachtigen of een nieuw besluit moet nemen.
De gemeenten in de ‘oude’ classis gaan elkaar ontmoeten in ‘ringen’. Deze ringen krijgen ook een rol bij verkiezingen voor nieuwe leden naar de classis. Kerkenraden kunnen daarvoor mensen voordragen.

Tenslotte praat de classis nog over de voorgestelde kerkordewijzigingen, deel 2 van Kerk 2025. Deze wijzigingen gaan vooral over de plaatselijke organisatie.
Met de meeste voorstellen konden de kerkenraden wel instemmen. Moeilijker lag het bij het voorstel om ‘vrienden’ stemrecht te geven en hen onder bepaalde voorwaarden ook verkiesbaar te stellen voor de ambten.
Uitgelegd werd dat er nieuwe modellen komen voor de plaatselijke regeling, waarin dit voorstel als keuzeoptie wordt vermeld. Verder blijft het zo dat wanneer een vriend in het ambt wordt bevestigd en nog geen belijdenis deed, dit alsnog moet doen en daarmee ophoudt vriend te zijn en belijdend lid wordt van de gemeente.
Moeite was er ook met het afschaffen van wijkraden van diakenen en kerkrentmeesters in een gemeente met wijkgemeenten. Uitgelegd werd dat dit een zogenaamde ‘kan’ bepaling is. Het hoeft niet, maar is bedoeld om ruimte te scheppen voor situaties waar een extra orgaan te veel vergaderdruk oplevert.
Ook het voorstel om het classicaal college voor de behandeling van beheerszaken (CCBB) meer bevoegdheden te geven, riep vragen op.
Uitgelegd werd dat wanneer een plaatselijke gemeente bestuurlijk en financieel omvalt, het risico voor de landelijke kerk is. De kosten die dit met zich meebrengt kunnen op den duur aanleiding geven het landelijk quotum te verhogen. De kerk wil dat voorkomen. Maar ingrijpen gaat altijd in overleg met de classis.
De classis stemt in met de voorstellen en de scriba zal de ook opmerkingen die zijn gemaakt doorgeven aan de synode.

Namens de classis,
Riet Smid


Vorige Persberichten Volgende