Vorige Persberichten Volgende

Verslag van de classisvergadering van 7 maart 2013

De gast van deze avond, dr. W. Dekker, spreekt met ons over het thema:
‘Hoe kun je missionair zijn in een krimpende kerk?’

Ds. Dekker zegt:
“In veel gemeenten krimpt de kerk. Maar er zijn ook plaatsen met groei.
Mensen in een groeiende kerk denken al gauw dat de ander, in een krimpende kerk, het verkeerd doet. Maar we zijn één kerk. En als een kerk groeit gaat dat meestal ten koste van een andere kerk.
In Nederland, in Europa hebben we te maken met ontkerstening. Niet alleen de PKN, ook andere kerken treft het. Nieuwe (migranten) kerken en evangelische kerken groeien soms. De georganiseerde kerk krimpt. Maar nog belangrijker is de afname van het geloof in een persoonlijke God.
Als je daar niet meer in gelooft, heb je in de gevestigde kerken niet veel meer te zoeken. Ook al is de gemeenschap belangrijk voor je en warm.
Wij PKN, zijn geroepen missionair bezig te zijn en te werken aan kerkgroei, ons niet neer te leggen bij de teruggang. Er zijn daarom missionaire rondes geweest in Nederland.
Nieuwe plannen en methoden worden ontwikkeld. Bijvoorbeeld de opvoering van The Passion waarin de PKN, de RKK en de EO met anderen samenwerken.
We willen missionair zijn, maar ervaren krimp. Het komt dicht op je huid als je kinderen en kleinkinderen niets meer hebben met geloof.
Dan denken we bij missionaire plannen: “Ja, misschien werkt het ergens anders, maar niet bij/voor ons”.
De lastige combinatie: krimp en missionair, heeft drie aspecten. Een theologisch, een psychologisch en een beleidsmatig aspect.

Theologisch aspect
Hoe zit het nu met God in die krimpende kerk. Waarom hebben zoveel mensen Hem losgelaten. Waarom laat God dat gebeuren? Is het een oordeel, een beproeving? Hoe handelt God in de krimp? Missionair denken veronderstelt dat er een God is die de mensheid het Evangelie gunt. Maar waarom opent God dan niet de harten van onze kinderen en kleinkinderen? Met andere woorden: Is het wel de tijd om missionair te zijn. Of trekt God met zijn Evangelie weg uit Europa naar het zuiden en oosten.
Belangrijke vragen voor de geloofsverdieping. Maar pas op voor vermenselijking. Geloven is geen mensenzaak. Wij weten niet waarom het ongeloof zo diep zit. Ouders leggen dingen uit aan hun kinderen. Maar die kinderen zijn kinderen van hun cultuur, het zegt ze niets. Ze voelen zich vrij en verantwoordelijk voor hun eigen leven. Als je dan begint over een bijbels verhaal, sta je voor een muur, het landt niet. We moeten ons daarin bescheiden opstellen. Wij maken het Koninkrijk van God niet. Het heeft ook geen zin wie of wat dan ook te beschuldigen, dit en dat was verkeerd. Het is de gang van God door de tijd, die in alle tijden trouw is. Wij hebben het niet in de vingers.

Psychologisch aspect
Onze eigen kinderen laten het geloof los en wij zijn bezig met zending. Hoe voelt dat? Op z'n minst vreemd. Er zijn collectes voor missionair werk. Maar van het woord kerkgroei kun je cynisch worden. Er zijn mensen die enthousiast aan de slag gaan en anderen die daar niet in geloven. We leven in een tijd van tegenwind. Maar we moeten elkaar recht blijven doen, open zijn naar elkaar. Juist niet cynisch worden, maar blijven vertrouwen dat God zijn werk doet. Wees blij met elk bloemetje dat groeit in de woestijn. Durf God daarvoor te danken en veroordeel mensen niet die daardoor enthousiast zijn.

Beleidsmatig aspect
Er is een enorme krimp. We staan voor hetzelfde dilemma als onze regering op dit moment. Ga je bezuinigen of durf je te investeren in iets nieuws. De PKN heeft € 10.000,- subsidie uitgetrokken voor pioniersplekken op 100 plaatsen, bedoeld om in de krimp aan iets nieuws te (durven) beginnen. Bijvoorbeeld een kleinschalige ontmoetingsplek, een eetcafé, een jeugdhonk, een diaconale plek. Andere zaken dan de zondagse dienst, maar zaken die te maken hebben met dienst aan de mensen.
Juist deze tijd vraagt dat we ons realiseren wat we niet mogen opgeven en kwijtraken.
Dus: Wat is onze identiteit vandaag? Maar dat weten we allang. We zijn gemeente van Christus. Erg mooie woorden. Maar zijn we wel een gemeente van Hem? Of zijn we verburgerlijkt? Praten we over zwaar of licht, dorps of stads? Hoeveel is daarbij van Christus en hoeveel van de mensen? Zijn we een gezelschap van mensen die wel iets met geloof willen doen, maar niet te fanatiek, we zijn per slot PKN en geen Pinkstergemeente?
We hebben heel sterk nieuwe ervaringen nodig om achter onze identiteit te komen. Wat is dat: een gemeente van Christus? Om dat te ontdekken zijn onder andere die pioniersplekken.

Als de kerk een duidelijke identiteit heeft, hoe moet die dan zijn?
De eerste christengemeenten dachten veel radicaler dan we nu denken. Wij willen vooral fatsoenlijke mensen zijn. In onze cultuur is profilering van belang.
Bij de één is dat bevindelijkheid, bekeerd zijn, kind van God zijn.
Bij de ander is dat de nadruk op de liturgie of de onderlinge gemeenschap. Iedereen legt weer andere accenten. Maar het gezamenlijke is de verbondenheid in Christus.
Het is een smal pad tussen identiteit en stoerheid in geloven. Het is een zoektocht − een open gesprek over het Evangelie. Dat is het huis waarin wij wonen. Er zijn kerken die, op zoek naar hun identiteit, steentjes uit het geloofsgebouw halen in de hoop dat mensen zich er dan nog thuis zullen voelen. Dat werkt niet.

We moeten iets nieuws beginnen, maar het bestaande niet afschrijven.
Steeds meer seculiere mensen zeggen, dat historisch gezien het Christendom zijn tijd heeft gehad in Europa. Maar Petrus zegt: “U hebt Woorden van Eeuwig Leven.” Daar krijg je rillingen van. Die belijdenis is niet van onszelf, maar komt van de Vader in de hemel. Verstaan we het geheim nog, dat ons is gegeven bij de doop en dat we vieren bij het Heilig Avondmaal? Wij zijn het lichaam van Hem. Dat mogen we steeds opnieuw beleven.

Deze week las ik in het bekende boek van Luther, ‘De vrijheid van een christen’, dat we voor de ander een Christus zullen zijn. Luther gaat uit van de inwoning van Christus in ons. Daarom kan hij dat zeggen. Missionair zijn betekent dan: ik wil jou van harte dienen en als Christus voor je zijn. Eerlijk gezegd krijg ik zo'n zin bijna niet over mijn lippen, omdat ik denk: Wat komt ervan terecht? Dan onderschat ik echter wat de inwoning van de levende Christus vandaag kan bewerken.

Wat en hoe onderwijzen we onze jeugd? In onze wereld, in onze cultuur zijn er twee verhalen. Het seculiere verhaal en het andere verhaal van God. De grote vraag is hoe dat samen gaat. We moeten leren schakelen. De verbinding ertussen zoeken. Je kunt een heel bouwwerk hebben van kennis, maar als je dat niet kunt verbinden met het (seculiere) leven dat je tegenkomt, is er ineens kortsluiting. Eén Iemand die alles geschapen heeft, dat kan niet. Maar het is ook moeilijk te geloven dat alles uit niets is voortgekomen. De onkundigheid bij mensen is groot. Dus moeten we doorgaan met leren, want anders kunnen we geen discipel zijn.

In Europa lijkt het Christendom voorbij, maar elders bloeit het op. Het is heel hoogmoedig om te denken, dat als elders de moderniteit toeneemt, het Christendom daar ook wel zal afnemen. Alsof wij de norm zijn en de anderen achter (ons aan) lopen. Wij weten gewoon niet hoe het zal gaan.
In China en Korea zijn heel interessante ontwikkelingen. De economie bloeit er geweldig. Daar Christen zijn betekent tot de voorhoede behoren van de samenleving. Moderniteit en ongeloof gaan niet altijd samen.”
Tot zo ver dr. Dekker.

Na de (her)verkiezing van het (breed) moderamen, stelt onze gastgemeente, de protestantse gemeente Dubbeldam te Dordrecht zich voor, bij monde van mevrouw Agaath Verhoef.
Na drie jaar voorbereiding is er nu een protestantse gemeente, ontstaan uit de gereformeerde kerk en de hervormde gemeente te Dubbeldam. Van de twee kerkgebouwen wordt de Maranathakerk verkocht en met de opbrengst daarvan wordt de Wijnstok opgeknapt. Als volgelingen van Christus is de gemeente zichtbaar en herkenbaar voor mensen om hen heen. Dus doen ze mee aan regionale activiteiten, zoals de voedselbank en de herdenking op 4 mei. De rommelmarkt brengt meer dan € 20.000 ,- op en de kerk presenteert zich ook daar nadrukkelijk. ZWO is belangrijk. Twee gemeenteleden zijn uitgezonden naar Afghanistan, twee naar Hongarije en één naar Centraal Azië.
De gemeente hanteert acht manieren om met de jeugd in gesprek te zijn en elf vormen om dat met de ouderen te doen. De gemeente is vacant, maar heeft twee kerkelijk werkers en een jeugdwerker. De beroepingsprocedure is inmiddels gestart.

Hierna stelt ds. C.A. van der Graaf zich voor. Hij is als predikant verbonden aan de hervormde wijkgemeente Elim te Hendrik-Ido-Ambacht. Als predikant is hij gewend om mensen te sturen naar de Here God en vindt het een beetje onnatuurlijk om over zichzelf te praten. Hij is getrouwd en heeft twee kinderen van 4 en 2 jaar. Hij woont met veel plezier in Ambacht en in zijn vrije tijd zit hij op de racefiets. Of hij leest. Vooral theologische boeken hebben zijn voorkeur en de kennis daaruit komt van pas bij zijn promotieonderzoek naar de kerkelijke ambten.

De consideratiecommissie is aan de slag gegaan met alle opmerkingen van de kerkenraden over de voorgestelde kerkordewijzigingen. Ze leggen op grond daarvan de classis een voorstel voor om naar de synode te sturen. De classis gaat akkoord.
Hierna wordt de penningmeester decharge verleend.
Na de sluiting van mevrouw Verhoef beëindigt de voorzitter deze classisvergadering.

Namens de classis,
Riet Smid


Vorige Persberichten Volgende